Contributor

    Michael Uwemedimo

    schrijver, curator en lid van Vision Machine, Londen

    Michael Uwemedimo (geboren 1972) is schrijver en curator, en een van de oprichters van het filmcollectief Vision Machine. Op dit moment is hij docent film aan de Roehampton Universiteit, Londen, waar hij tevens de leiding heeft over een filmdistributie-initiatief, unReal. Uwemedimo’s recente teksten zijn verschenen in (selectie): Fluid Screens/Expanded Cinema (2007); Building Bridges: The Cinema of Jean Rouch (2007); Jean-Luc Godard: Documents (2006); en de nog te verschijnen monografie, The Interview. Enkele projecten als curator zijn, onder andere: After the Fact, BFI Southbank, Londen, 2007; Jean-Luc Godard: A Retrospective, NFT/Tate Modern, Londen, 2001; en Possessing Vision: The Cinema of Jean Rouch, ICA, Londen, 2000. Met Vision Machine ontwikkelde hij een op performance gebaseerde historiografie van politiek geweld, en zijn huidige filmproject Flow toont een narratieve geografie van conflict en bronwinning in de Niger Delta, Nigeria. Uwemedimo woont en werkt in Londen.

    Tijdens zijn Research-in-Residence werkte Uwemedimo aan een klein boek over het vermogen van film om vragen te stellen en te bevragen. De tekst is een verkenning van de vormen en onderwerpen van een bepaalde sociale nieuwsgierigheid die eigen is aan film, en de kennismaking van film met nieuwe tendensen van sociaal onderzoek in Frankrijk na de Tweede Wereldoorlog – met de methodes van sociologisch onderzoek, met vormen van industrieel experiment met gedrag en verlangen, en met het mechanisme van politiek belang in opinie. Het is een boek dat betrekking heeft op het beeld en de theorie van het ondervragen, van het stellen van vragen: het is een geschiedenis van de nieuwsgierigheid.

    Voor een publieke bijeenkomst bij BAK in november (met Rod Dickinson en Steve Rushton) verkende Uwemedimo daarnaast een aantal van de reacties van hedendaagse kunstenaars op inmiddels verworpen methodes van sociaal onderzoek. Van de jaren vijftig tot in de jaren tachtig markeerde een controversiële vorm van experimentele dramaturgie de onderzoeksmethoden van sociale psychologie. De sociaalpsychologische benadering van performance-als-experiment is nu teruggekeerd in de experimentele opvoeringsmethodes van veel hedendaagse kunstenaars – soms als nauwgezette re-enactments van de experimenten zelf, maar ook meer in het algemeen in performatieve verkenningen van institutionele structuren, disciplinaire autoriteit en het schouwspel van kennis, alsook door middel van gebeurtenissen die de toeschouwer op veelal traumatische wijze tot subject maken en aan controle onderwerpen, en het opvoeren van de ‘uitkomst’ of ‘bevindingen’ na afloop.