Contributor

    David Riff

    schrijver, kunstenaar, en curator, Moscou/Berlijn

    David Riff (geboren 1975) is een kunstcriticus en kunstenaar. Hij is lid van de werkgroep Chto delat en was co-redacteur van de krant met dezelfde naam van 2003 tot 2008. Momenteel werkt Riff als schrijver en redacteur van de kunstrubriek van de online portal openspace.ru en is hij docent kunstgeschiedenis aan de Rodchenko School of Photography in Moskou. Hij heeft twee monografieën gepubliceerd over de Sovjetkunstenaars Vadim Sidur (2000) en Vladimir Yankilevsky (2002). Onlangs heeft hij geschreven over post-Sovjet hedendaagse kunst in publicaties als documenta 12 magazines, Flash Art, Moscow Art Magazine, Rethinking Marxism, Springerin en Third Text. Daarnaast heeft Riff regelmatig als vertaler op het gebied van hedendaagse kunst gewerkt en is hij actief in artistieke samenwerkingen. Samen met Dmitry Gutov nam hij deel aan de 52e Biennale van Venetië in 2007 met het langlopende project The Karl Marx School of the English Language. In november 2009 leverde Riff een bijdrage aan het 1e Former West Congres, georganiseerd door BAK in Utrecht. Riff woont en werkt in Moskou.

    Tijdens zijn verblijf bij BAK zet David Riff zijn lopende onderzoek naar de zogenaamde oorspronkelijke accumulatie van kapitaal (Marx) of de “accumulation by dispossession” (David Harvey) voort, en onderzoekt hij hoe de verschillende fases zich verhouden tot de productie van beelden, ruimtes en contexten van de kunst, met name in de situatie van post-socialistische privatiseringen die plaatsvonden in Rusland sinds 1989. Dit onderzoek is gerelateerd aan Riff’s functie als ‘curatorial correspondent’ en deelnemend kunstenaar binnen het project Principio Potosi aan de Reina Sofía (institutionele partner Former West) in Madrid (mei 2010), en zal uiteindelijk resulteren in een nieuw nummer van Chto delat, waarin de kunstenaarsgroep bediscussieert hoe beeldproductie geïnstrumentaliseerd kan worden om de waarde van een nieuwe elite universeel te maken, hoe het functioneert als een mimetische reactie op een gewelddadigheid die met geen mogelijkheid te representeren is, en hoe het, ondanks dat, probeert het verwarrende geheel van sociale relaties die de bron worden voor een “aesthetics of resistance” te representeren.